Delphine Brusselaers (88):

“Het nemen van mijn intrek in het rusthuis bezorgde me stress. Dus gaf de huisarts me een hele resem pilletjes om te slapen en om rustig te blijven. En hij bleef ze voorschrijven, zelfs al was ik helemaal niet meer nerveus. Het personeel hielp me om ermee te stoppen en nu voel ik me prima. Ik doe mee met alle activiteiten, mijn dag is te kort."

Foto Ilse Prinsen

Waarom deze site?

In de ouderenzorg gaan slaap- en kalmeermiddelen, antidepressiva en antipsychotica vlotjes binnen. In veel Vlaamse woonzorgcentra nemen zeven op de tien bewoners een of meerdere van deze psychofarmaca. Is het gerechtvaardigd om gevaarlijke medicatie die inwerkt op het centrale zenuwstelsel, gebruikt bij psychische aandoeningen, te geven aan ouderen? Gebeurt dit om de juiste redenen, of vooral om hen rustig te houden?

 

Deze middelen hebben ernstige bijwerkingen zoals angst, verwarring, hallucinaties en geheugenproblemen, ze verhogen het valrisico en zelfs de kans op overlijden. En hoewel in woonzorgcentra (wzc's) de psychofarmaca met stip op één staan, gaan ze in de grote massa van medicijnen bij bejaarden al te vaak onopgemerkt voorbij. Ze worden best niet langer dan enkele weken genomen, maar net de meest kwetsbaren zijn er chronisch aan verhangen.

 

In 2020-2021 voerde ik een onderzoek naar het gebruik van psychofarmaca in woonzorgcentra, met de steun van het Fonds Pascal Decroos. Ik interviewde alle spelers in het veld: huisartsen, personeel van wzc's, geriaters, wetenschappelijke onderzoekers, beleidsmensen en natuurlijk bewoners van rusthuizen zelf of hun familie. Het is duidelijk: er worden véél te veel psychofarmaca gegeven aan de ouderen en al te weinigen beseffen welke risico's die inhouden. Daarom wil ik informeren over de gevaren van deze medicijnen en voorbeelden tonen van hoe het anders kan.

Ilse Prinsen, journaliste